Recruiters zijn de beste verkopers die je kent en de slechtste administrateurs. Dat is geen verwijt, het is de baan. Wie de hele dag belt, heeft geen zin om 's avonds nog gesprekken uit te werken, het CRM bij te werken en na te gaan wie er eigenlijk een terugbelletje tegoed had.
Dus lekt het weg. De kandidaat die je drie maanden geleden warm sprak, koelt af. De klant die zei "stuur maar door" krijgt pas donderdag iets. De toezegging die je in de auto deed, staat nergens.
Software loste dat op met meer knoppen. Een tool om te sourcen, een tool om te schrijven, een dashboard om te zien wat je vergat. Nog meer werk voor de recruiter, want iemand moet die tools bedienen.
Werfmaat draait het om. Hij is de collega naast je die het voorwerk doet. Hij luistert mee, leest wat er binnenkomt, ziet wat er in je agenda staat en weet dus wat er open ligt. 's Nachts rekent hij door en zet hij klaar. 's Ochtends zegt hij wat hij zag en vraagt hij of hij het mag doen.
En dat is het tweede deel van zijn karakter: hij vraagt. Hij verstuurt niets, hij verzint niets en hij legt niets vast zonder jouw ja. Je kunt tegen hem praten zoals tegen een collega: "deze wel, die niet, en bij Jan een week later." Hij begrijpt het, past de lijst aan en wacht op je knop.
Zo krijg je een werkdag per week terug. Niet omdat je sneller typt, maar omdat iemand naast je zit die het werk al gedaan heeft.